Het vochtige Noordoosten


De hoofdstad Santa Cruz de la Palma (20.000 inwoners) wordt als een van de mooiste steden van de Canarische eilanden beschouwd. Santa Cruz ligt aan een baai en is gebouwd tegen de helling van een vulkaankrater.
Vroeger was de stad na Antwerpen en Sevilla de belangrijkste haven van het Spaanse rijk. Het was rond 1500 de springplank voor schepen die naar Amerika vertrokken. Nu wordt de haven slechts voor wat vrachtvervoer en de veerboot naar Tenerife en La Gomera gebruikt.
Veel gebouwen in Santa Cruz zijn gerestaureerd in originele koloniale stijl, de typische houten balkons en houtsnijwerk geven daar een mooie indruk van. In de stad ligt een replica van het schip van Columbus waarin een maritiem museum is gevestigd. In het stadje zelf vind je nauwe straatjes en gezellige pleintjes met terrasjes. Ook aan de boulevard langs de oceaan zijn restaurantjes en café's; maar verwacht hier geen grote disco's en andere uitgaansgelegenheden.
Richting het noorden vind je aan de kust een landschap met kleine dorpjes en soms diepe kloven. Bij Barlovento, helemaal in het noorden, kun je wandelen door een drakenbomenbos.
Aan de ander kant van de weg, de berghellingen op, zijn waterrijke gebieden. Je kunt daar wandelen en klauteren door laurierbossen (La Galga, Los Tilos), door en langs waterlopen, door tunnels, en naar hooggelegen bronnen (Marcos y Cordero). Met wat nat weer moet je om het begin van de wandelingen te bereiken bij voorkeur wel over een terreinauto beschikken.
Je vindt hier een impressie van La Galga en van de omgeving van Barlovento en van Santa Cruz.