Na een zeiltocht van 42 mijl bereiken we aan de zuidzijde van de Seinemonding de aanloop van Deauville. Vanaf zee zie je eerst het drukke strand en de skyline van Trouville. Onze bestemming Deauville is wat minder goed zichtbaar. De aanloop is erg ondiep, dus goed rekenen voor de geul aan te lopen.
Deauville.
Na een zeiltocht van 42 mijl bereiken we aan de zuidzijde van de Seinemonding de aanloop van Deauville. Vanaf zee zie je eerst het drukke strand en de skyline van Trouville. Onze bestemming Deauville is wat minder goed zichtbaar. De aanloop is erg ondiep, dus goed rekenen voor de geul aan te lopen. Zodra er genoeg water in staat kun je naar binnen varen. Aan het eind van het rechterhavenhoofd kun je rechtsaf de sluis invaren om geschut te worden naar de jachthaven van Deauville. Onmiddellijk na het verlaten van de sluis kom je aan stuurboord langs de uitgestrekte zeewering bij het passantengedeelte met ruime boxen en voorzien van water en elektra. Hier kun je zelf een plekje kiezen. De havenmeester komt ’s avonds langs om af te rekenen en de code voor het toiletgebouw te geven maar je kunt hem natuurlijk ook opzoeken in zijn kantoor helemaal aan de andere kant van het havencomplex. Tijdens de periode dat de sluis wordt bediend is dit over de sluis slechts een paar minuten lopen. Als de sluis echter open staat moet je er een aardige wandeling voor over hebben omdat je dan helemaal om de haven heen moet lopen. Het toiletgebouw is tamelijk lastig te vinden. Het bevindt zich op de vaste wal ondergronds vlakbij de poort ter hoogte van het A-ponton. Douchen kan op beperkte tijden als de toiletjuffrouw aanwezig is om een euro in ontvangst te nemen. Het gebruik van het toilet of de wasgelegenheid is wel altijd mogelijk. In dit gebouw is ook een wasmachine en droger aanwezig. Ook voor het gebruik hiervan is de toiletjuffrouw nodig. Behalve een scheepswinkel zijn er verder weinig voorzieningen. Een brandstofpomp bevindt zich onmiddellijk naast de sluis. Voor de benodigde levensmiddelen moet een behoorlijk stukje worden gelopen naar het centrum van de stad. Op het langgerekte brede zandstrand daarentegen, ben je zo. Het is namelijk meteen achter de zeewering. Er wordt hier een soort “wall of fame” gevormd door alle bekende Amerikaanse Tv-sterren die hun eigen hekje voor de kleedhokjes hebben.
photo14
photo16
photo18
photo20
photo21
photo22
photo23
photo24
photo25
photo26
photo27
photo28
Net als in bijna alle kustplaatsen kun je ook in Deauville naar het Casino. Verder heeft de stad weinig vermeldenswaardigheden. Om lekker uit eten te gaan is “Brasserie Nautica” aan de zuidzijde naast het Bassin Morny een aanrader. Gedurende een aantal weken paar jaar is Deauville een geliefde bestemming voor diverse engelse motorboot- en jachtclubs. Een enorme colonne motorkastelen neemt dan de passantenhaven in beslag. Een veel leuker stadje om te bekijken vinden wij Trouville.

Trouville
Trouville leeft veel meer en bovendien is het er goedkoper. Het heeft ook een eigen haven. Wij kiezen voor de haven van Deauville omdat daar de beperking door het tij net iets minder is. Je kunt op drie manieren van Deauville naar Trouville komen. Bij laag water lopend over de bedding van de Touques, met het voetgangerspontje overvaren, of helemaal omlopen via de Belgen-brug. Trouville heeft een paar leuke winkelstraatjes en een sfeervolle boulevard waar nog volop heel fanatiek pétanque wordt gespeeld. Tegenover en naast het station zijn een aantal autoverhuurbedrijven en hier is ook het busstation. Nu we het verste punt van onze vakantie hebben bereikt rest ons op de terugweg nog één bestemming: Honfleur. Om in Honfleur te komen moeten we een klein stukje de Seine opvaren.

photo1
photo10
photo11
photo12
photo13
photo2
photo3
photo4
photo5
photo7
photo8
photo9
Honfleur
Meteen worden we geconfronteerd met het feit dat we niet meer op open zee varen. Van alle kanten komen er enorme golven op ons af veroorzaakt door een paar snel voorbijvarende coasters. Met het zicht op de enorme Pont de Normandie gaan we stuurboord uit om na geschut te zijn (rond hoogwater staat de sluis overigens open) in rustig water Honfleur te naderen. We houden stuurboord aan en na passage van de brug komen we in het kleine Vieux Bassin, midden in het dorp. De passanten plaatsen zijn aan stuurboordzijde. In drukke tijden is het heel normaal om hier 4 of zelfs 5 rijen dik te liggen. Er is in beperkte mate elektra op de steiger. Ook water is aanwezig, je hebt hiervoor wel een aparte aansluiting en een eigen slang nodig. Het toiletgebouw is een eindje lopen bij de grote parkeerplaats bij het Bassin de l’Est. De havenmeester houdt kantoor in een van de steegjes naast de oude kerk en komt ’s avonds langs. Een wasserette is te vinden op de hoek van de rue Notre Dame en rue Bréard, en 200 m. ten zuiden van het Vieux Bassin, aan de rue de la République is een grote Champion supermarkt. Aan deze straat is ook de garage waar benzine en diesel in tankjes kan worden gehaald. Honfleur is een pittoreske plaatsje waarvan de authenticiteit goed bewaard is gebleven. Naast de brug staat een oud carrousel dat evenals de oude capitainerie een geliefd object is voor de vele kunstschilders die zich op de kade bevinden. Er zijn veel oude bezienswaardigheden waar je al dwalend door de kleine steegjes tegenaan loopt. De kade aan de passantenzijde dient als terras voor de vele eetgelegenheden waar mosselen en andere schelpdieren de belangrijkste gerechten van de kaart zijn. Behalve de oude authentieke zaken zijn er ook volop souvenirwinkeltjes te vinden om de behoefte de herinnering aan dit bijzondere plaatsje mee te nemen te bevredigen.Met een paar windstille dagen in het vooruitzicht besloten we dat we wat meer van Normandië wilden bekijken. Na alle mogelijkheden te hebben onderzocht bleek het huren van een auto de meest eenvoudige. In een spiksplinternieuwe Renault Clio reden wij eerst via de kortste weg naar Caen.

photo1
photo10
photo11
photo12
photo13
photo14
photo15
photo16
photo17
photo18
photo2
photo3
photo4
photo5
photo6
photo7
photo8
photo9
Caen
Deze stad wordt gekenmerkt door het kasteel van Willem de Veroveraar, dat het stadsbeeld bepaalt, en een groot aantal mooie kerken en kloosters, die vrijwel allemaal vrij toegankelijk zijn. Daarnaast heeft Caen een modern centrum met een grote diversiteit aan winkels. Nadat we alles wat we wilden zien hadden bekeken, zochten wij met flink wat kilometers in de benen onze auto weer op. Vanuit de parkeergarage onder het kasteel reden wij via een prachtige toeristische route naar de plek waar in 1944 de invasie plaats vond. Bij Arrowmanche zijn in zee nog een groot aantal afgezonken containers te zien waarmee de geallieerden destijds in één nacht een kunstmatige haven wisten te maken. Hierna reden wij terug naar onze basis in Honfleur.

photo19
photo20
photo21
photo22
photo23
photo24
photo25
photo26
Rouen
De volgende dag bracht ons in Rouen. Jammer genoeg werden hier veel bezienswaardigheden gerestaureerd zodat deze stad niet helemaal bracht wat we ervan hadden verwacht. Ook hier weer veel kerken die zonder veel opsmuk toch mooi om te zien waren. Het oude gedeelte van de binnenstad is nog grotendeels in tact gebleven en het was wel leuk om door de smalle steegjes en straatjes te dwalen en jezelf zo’n honderd jaar terug in de tijd te wanen.